Home › Onderwijs › Artikelen › Overzicht
De diplomaruimte: informatie voor huidige en toekomstige studenten
De K.U.Leuven stapt vanaf het academiejaar 2009-2010 voor al haar opleidingen over naar een 'diplomaruimte'. Dit betekent dat je je vanaf nu inschrijft voor een gehele opleiding (bijvoorbeeld de bacheloropleiding TEW, de masteropleiding EW) en wordt beoordeeld over die gehele opleiding. Elke opleiding zal wel nog gestructureerd worden in opleidingsfasen (~jaren) zodat je, indien je dit wenst, een studietraject kan volgen dat je op de meest ideale en kortste manier doorheen de opleiding loodst nl. het standaardtraject.
Wat betekent dit nu concreet voor de huidige en toekomstige studenten?
Toekomstige studenten
Schrijf je je voor de eerste maal in in het hoger onderwijs, dan volg je sowieso dit standaardtraject. Je schrijft je in voor een voltijds programma of eventueel voor een halftijds programma. Enkel in uitzonderlijke gevallen kun je hiervan afwijken en een geïndividualiseerd traject volgen. Die voorwaarden staan hier mooi opgelijst.
Je legt examens af in januari, juni en eventueel in september. Na elke examenperiode krijg je een overzicht met je examenresultaten, op het einde van het academiejaar krijg je een duidelijke stand van zaken en word je verder begeleid doorheen het vervolg van je opleiding.
In plaats van elk academiejaar zal er nu pas op het einde van de hele opleiding een deliberatie plaatsvinden. Dan wordt er dus pas een uitspraak gedaan over slagen of niet-slagen en dus meteen ook over het al dan niet behalen van het diploma.
Er is ook een nieuw tolerantiesysteem. Je bent natuurlijk geslaagd en behaalt het diploma waarvoor je ingeschreven bent indien je voor alle opleidingsonderdelen van je opleiding 10/20 of meer hebt behaald. Maar ook indien je niet op alle vakken een 10 hebt gehaald kan je nog slagen door tolerantie op te nemen voor de vakken waarvoor je onder de 10 zit. Dit onder enkele voorwaarden:
Er zijn ook enkele maatregelen genomen om de studieduur te beperken (of de voortgang te bevorderen)
Wie na het lezen van dit alles panikeert: geen nood. Tijdens je opleiding word je niet aan je lot overgelaten. Zo zijn er studietrajectbegeleiders om je individueel advies te geven.
Neem zeker ook eens een kijkje op de KU Leuven pagina
Hieronder vind je ook een handig artikel over het leerkrediet.
Heb je nog vragen? Stuur een mailtje naar onderwijs@ekonomika.be of spreek een van de onderwijsvertegenwoordigers van Ekonomika aan.
Huidige studenten
Studenten die verder gevorderd zijn in het hoger onderwijs wordt aangeraden volgens het standaardtraject (voltijds of deeltijds) verder door de opleiding te gaan. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze echter ook opteren voor een meer flexibel traject. Dit betekent dan dat de verplichte opleidingsonderdelen, waarvoor ze zich in het vorig academiejaar (=de vorige opleidingsfase)inschreven en waarvoor ze nog geen creditbewijs behaalden of een tolerantie inzetten, automatisch terug in het studieprogramma opgenomen. Het programma kan dan door de student verder aangevuld worden met opleidingsonderdelen uit de opleiding en dit conform de volgtijdelijkheidsbepalingen (dit zijn beperkingen op welke vakken men wanneer mag opnemen: men mag bijvoorbeeld geen Toepassingen van operationeel onderzoek opnemen voordat men Operationeel onderzoek heeft opgenomen). Daarnaast moet men ook de voortgangsvereisten respecteren (deze bepalen na hoeveel verworven studiepunten men een vak mag opnemen).
Voor het academiejaar 2009-2010 gebeurt dit met de mogelijkheden (en beperkingen) eigen aan voorafnames en cumul. De bovengrens van het op te nemen aantal studiepunten blijft op 66/72 bepaald.
Vanaf het academiejaar 2010-2011 krijgen studenten meer flexibiliteit. Zij dienen zich dan niet meer aan de strikte grenzen van 54 tot 66 studiepunten (voltijds) of 25 tot 35 studiepunten (deeltijds) te houden indien ze een cumulatieve studie-efficiëntie van meer dan 50% behalen. In dergelijk flexibel traject zullen de studenten wel zelf verantwoordelijk zijn voor de volgbaarheid van de lessen, practica en oefeningen, alsook voor de keuze van een geschikt examenmoment. Hiertoe worden hen beschikbare uurroosters en examenmomenten ter beschikking gesteld bij inschrijving (dus in september!).
Er wordt slechts gedelibereerd over het geheel van een opleiding (dus na het 3e bachelorjaar of het 2e masterjaar).
Studenten kunnen het diploma behalen wanneer zij voor alle vakken geslaagd zijn of voor maximum 10% van hun studiepunten tolereerbare tekorten (8/20 of 9/20) hebben. Enkel examenresultaten met 8/20 of 9/20 komen mogelijk in aanmerking voor tolerantie. Om toleranties te mogen inzetten is een minimum cumulatieve studie-efficiëntie van 50% noodzakelijk. Zie ook hierboven voor een uitgebreide omschrijving van het nieuwe tolerantiesysteem.
Ook nieuw is dat studenten zelf bepalen welke toleranties ze opnemen en welke niet. Om studenten bij de keuze van toleranties te begeleiden, worden een aantal aanbevelingen mee gegeven:
Studievoortgang:
Studenten die aan het begin van het academiejaar nog meer dan 120 studiepunten van het behalen van hun bachelordiploma verwijderd zijn én die op het einde van dat academiejaar geen 50% cumulatieve studie-efficiëntie hebben (d.w.z. dat minder dan 50% van de studiepunten waarvoor de student zich tijdens de studie in de betreffende opleiding inschreef, behaald werden), zullen door een studietrajectbegeleider uitgenodigd worden voor een gesprek. In dit gesprek zal de student meegedeeld worden dat hij/zij een bindend studie-advies opgelegd krijgt. Dit houdt in dat de student op het einde van het daaropvolgende academiejaar een cumulatieve studie-efficiëntie moet hebben die groter is dan 50%. Kan de student hier niet aan voldoen, dan zal hem/haar een verdere inschrijving aan de hele instelling geweigerd.
Op deze wijze wenst de K.U.Leuven de studenten een duidelijk signaal te geven om hun studiekeuze goed te overwegen en tracht ze de studieduurverlenging te beperken.
Een vak voor de derde keer opnemen?
Een toelating tot ter-inschrijving wordt toegekend aan een opleidingsonderdeel i.p.v. aan een opleiding. Een toelating tot ter-inschrijving voor een opleidingsonderdeel wordt automatisch toegekend aan studenten met minstens 50% cumulatieve studie-efficiëntie binnen de betreffende opleiding. Wanneer een student geen cumulatieve studie-efficiëntie van 50% behaalt, dan wordt een ter-inschrijving voor een nog niet behaald opleidingsonderdeel in het volgende academiejaar geweigerd.
Een quater-inschrijving is uitgesloten.
Neem zeker ook eens een kijkje op de infopagina van de KU Leuven.
Hieronder vind je ook een handig artikel over het leerkrediet.
Heb je nog vragen? Stuur een mailtje naar onderwijs@ekonomika.be of spreek een van de onderwijsvertegenwoordigers van Ekonomika aan.
Wat betekent dit nu concreet voor de huidige en toekomstige studenten?
Toekomstige studenten
Schrijf je je voor de eerste maal in in het hoger onderwijs, dan volg je sowieso dit standaardtraject. Je schrijft je in voor een voltijds programma of eventueel voor een halftijds programma. Enkel in uitzonderlijke gevallen kun je hiervan afwijken en een geïndividualiseerd traject volgen. Die voorwaarden staan hier mooi opgelijst.
Je legt examens af in januari, juni en eventueel in september. Na elke examenperiode krijg je een overzicht met je examenresultaten, op het einde van het academiejaar krijg je een duidelijke stand van zaken en word je verder begeleid doorheen het vervolg van je opleiding.
In plaats van elk academiejaar zal er nu pas op het einde van de hele opleiding een deliberatie plaatsvinden. Dan wordt er dus pas een uitspraak gedaan over slagen of niet-slagen en dus meteen ook over het al dan niet behalen van het diploma.
Er is ook een nieuw tolerantiesysteem. Je bent natuurlijk geslaagd en behaalt het diploma waarvoor je ingeschreven bent indien je voor alle opleidingsonderdelen van je opleiding 10/20 of meer hebt behaald. Maar ook indien je niet op alle vakken een 10 hebt gehaald kan je nog slagen door tolerantie op te nemen voor de vakken waarvoor je onder de 10 zit. Dit onder enkele voorwaarden:
- het gaat enkel om lichte tekorten (8/20 of 9/20)
- Je behaalt een cumulatieve studie-efficiëntie van minstens 50%. Bijvoorbeeld: als je voor 60 studiepunten bent ingeschreven, dan moet je voor 30 studiepunten geslaagd zijn (en dus 10/20 gehaald hebben).
- Je kan maar voor maximaal 10% van het totaal aantal studiepunten tolerantie opnemen. Bijvoorbeeld: voor een bacheloropleiding (180 stp) mag je maar voor 18 stp tolerantie opnemen.
- Voor studenten die in hun bachelor nog geen 60 studiepunten behaalden, blijft de tolerantiemogelijkheid beperkt tot 12 studiepunten.
- voor sommige vakken kan je geen tolerantie opnemen. Dit wordt vastgelegd door de faculteit.
Er zijn ook enkele maatregelen genomen om de studieduur te beperken (of de voortgang te bevorderen)
- indien je voor vakken in een vorig academiejaar geen creditbewijs haalde en indien je geen tolerantie gebruikte, moeten de verplichte vakken onmiddellijk in het volgende academiejaar hernomen worden.
- Indien je na het eerste jaar geen 50% studie-efficiëntie behaalde, kun je je opnieuw inschrijven. Je krijgt echter een bindend studieadvies opgelegd dat zal gelden na je volgende academiejaar: je moet dan na het tweede academiejaar verplicht een cumulatieve studie-efficiëntie van minstens 50% behalen. Wanneer je deze voorwaarden niet behaalt, wordt je een verdere inschrijving aan de K.U.Leuven geweigerd.
Wie na het lezen van dit alles panikeert: geen nood. Tijdens je opleiding word je niet aan je lot overgelaten. Zo zijn er studietrajectbegeleiders om je individueel advies te geven.
Neem zeker ook eens een kijkje op de KU Leuven pagina
Hieronder vind je ook een handig artikel over het leerkrediet.
Heb je nog vragen? Stuur een mailtje naar onderwijs@ekonomika.be of spreek een van de onderwijsvertegenwoordigers van Ekonomika aan.
Huidige studenten
Studenten die verder gevorderd zijn in het hoger onderwijs wordt aangeraden volgens het standaardtraject (voltijds of deeltijds) verder door de opleiding te gaan. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze echter ook opteren voor een meer flexibel traject. Dit betekent dan dat de verplichte opleidingsonderdelen, waarvoor ze zich in het vorig academiejaar (=de vorige opleidingsfase)inschreven en waarvoor ze nog geen creditbewijs behaalden of een tolerantie inzetten, automatisch terug in het studieprogramma opgenomen. Het programma kan dan door de student verder aangevuld worden met opleidingsonderdelen uit de opleiding en dit conform de volgtijdelijkheidsbepalingen (dit zijn beperkingen op welke vakken men wanneer mag opnemen: men mag bijvoorbeeld geen Toepassingen van operationeel onderzoek opnemen voordat men Operationeel onderzoek heeft opgenomen). Daarnaast moet men ook de voortgangsvereisten respecteren (deze bepalen na hoeveel verworven studiepunten men een vak mag opnemen).
Voor het academiejaar 2009-2010 gebeurt dit met de mogelijkheden (en beperkingen) eigen aan voorafnames en cumul. De bovengrens van het op te nemen aantal studiepunten blijft op 66/72 bepaald.
Vanaf het academiejaar 2010-2011 krijgen studenten meer flexibiliteit. Zij dienen zich dan niet meer aan de strikte grenzen van 54 tot 66 studiepunten (voltijds) of 25 tot 35 studiepunten (deeltijds) te houden indien ze een cumulatieve studie-efficiëntie van meer dan 50% behalen. In dergelijk flexibel traject zullen de studenten wel zelf verantwoordelijk zijn voor de volgbaarheid van de lessen, practica en oefeningen, alsook voor de keuze van een geschikt examenmoment. Hiertoe worden hen beschikbare uurroosters en examenmomenten ter beschikking gesteld bij inschrijving (dus in september!).
Er wordt slechts gedelibereerd over het geheel van een opleiding (dus na het 3e bachelorjaar of het 2e masterjaar).
Studenten kunnen het diploma behalen wanneer zij voor alle vakken geslaagd zijn of voor maximum 10% van hun studiepunten tolereerbare tekorten (8/20 of 9/20) hebben. Enkel examenresultaten met 8/20 of 9/20 komen mogelijk in aanmerking voor tolerantie. Om toleranties te mogen inzetten is een minimum cumulatieve studie-efficiëntie van 50% noodzakelijk. Zie ook hierboven voor een uitgebreide omschrijving van het nieuwe tolerantiesysteem.
Ook nieuw is dat studenten zelf bepalen welke toleranties ze opnemen en welke niet. Om studenten bij de keuze van toleranties te begeleiden, worden een aantal aanbevelingen mee gegeven:
- Behaalde tolereerbare cijfers in januari of juni: Studenten wordt aangeraden om deze tolereerbare cijfers toch op te halen in de septemberzittijd. Om hen hierin aan te moedigen wordt gegarandeerd dat – indien reeds een 8/20 of een 9/20 werd behaald – deze cijfers worden behouden binnen hetzelfde academiejaar (dus ook in september). Het hoogst behaalde cijfer binnen hetzelfde academiejaar zal hierbij als finale quotering voor dat academiejaar genomen worden. Op deze wijze kan de student tekorten wegwerken en het leerkrediet opnieuw aanvullen zonder een bijkomend risico te lopen op slechtere cijfers.
- Behaalde tolereerbare cijfers in september: Studenten wordt aangeraden om gebruik te maken van het beschikbare tolerantiekrediet (maximum 10% van de studiepunten) voor zover het de student toelaat om in het standaardtraject te blijven. Uiteraard staat het de student vrij om geen tolerantie in te zetten. De student verliest dan wel de garantie van het behoud van het tolereerbaar cijfer.
Studievoortgang:
Studenten die aan het begin van het academiejaar nog meer dan 120 studiepunten van het behalen van hun bachelordiploma verwijderd zijn én die op het einde van dat academiejaar geen 50% cumulatieve studie-efficiëntie hebben (d.w.z. dat minder dan 50% van de studiepunten waarvoor de student zich tijdens de studie in de betreffende opleiding inschreef, behaald werden), zullen door een studietrajectbegeleider uitgenodigd worden voor een gesprek. In dit gesprek zal de student meegedeeld worden dat hij/zij een bindend studie-advies opgelegd krijgt. Dit houdt in dat de student op het einde van het daaropvolgende academiejaar een cumulatieve studie-efficiëntie moet hebben die groter is dan 50%. Kan de student hier niet aan voldoen, dan zal hem/haar een verdere inschrijving aan de hele instelling geweigerd.
Op deze wijze wenst de K.U.Leuven de studenten een duidelijk signaal te geven om hun studiekeuze goed te overwegen en tracht ze de studieduurverlenging te beperken.
Een vak voor de derde keer opnemen?
Een toelating tot ter-inschrijving wordt toegekend aan een opleidingsonderdeel i.p.v. aan een opleiding. Een toelating tot ter-inschrijving voor een opleidingsonderdeel wordt automatisch toegekend aan studenten met minstens 50% cumulatieve studie-efficiëntie binnen de betreffende opleiding. Wanneer een student geen cumulatieve studie-efficiëntie van 50% behaalt, dan wordt een ter-inschrijving voor een nog niet behaald opleidingsonderdeel in het volgende academiejaar geweigerd.
Een quater-inschrijving is uitgesloten.
Neem zeker ook eens een kijkje op de infopagina van de KU Leuven.
Hieronder vind je ook een handig artikel over het leerkrediet.
Heb je nog vragen? Stuur een mailtje naar onderwijs@ekonomika.be of spreek een van de onderwijsvertegenwoordigers van Ekonomika aan.
Rechten van de student
Als student van de K.U.Leuven heb je een aantal rechten en plichten. Een kort overzicht hiervan vind je in dit artikel. Voor een volledig overzicht kan je terecht op de website van de universiteit.
Studiecontract
Een inschrijving aan een universiteit staat gelijk aan het ondertekenen van een contract. Een onderdeel van dit contract is bv. het onderwijs‐ en examenreglement van de K.U.Leuven. Als student heb je o.a. recht op een gelijke behandeling, recht van verdediging, recht op een onpartijdige behandeling...
Afhankelijk van het type contract dat je aangaat heb je bovendien recht op ondersteuning – denk aan Toledo, monitoraat, bibliotheek, ... – recht om de lessen te volgen, recht op studentenvoorzieningen (huisvesting, Alma, kotnet, ...).
Er zijn drie types van contracten:
* Diplomacontract: een contract met als doel het behalen van een diploma. Dit contract geeft je recht op alle aanwezige ondersteuning, voorzieningen...
* Creditcontract: een contract met als doel het behalen van individuele credits. Dit geeft dezelfde rechten als een student met diplomacontract.
* Examencontract: een contract met als doel het behalen van geen recht op ondersteuning of voorzieningen. Je mag zelfs niet naar de les gaan. Je mag dus eigenlijk enkel het examen afleggen.
De informatie over een vak in het programmaboek is, in combinatie met je ISP, integraal onderdeel van het contract tussen jou en de universiteit. Op basis hiervan kan je als student eisen dat een vak op de vooropgestelde manier geëxamineerd wordt en kan je beroep aantekenen mocht de overeenkomst geschonden worden. Het invullen van je ISP is dus eigenlijk de laatste stap in het afsluiten van een contract met de universiteit.
Recht op inspraak
De decreetgever heeft naast het concept van een 'studiecontract' ook het recht op studenteninspraak vastgelegd. Zo bestaan er ondermeer de POC's die voor minimum 1/3 uit studenten bestaan, de faculteitsraad die voor minimum 10% uit studenten bestaat en zijn er ook studentenvertegenwoordigers in de meeste organen van de universiteit. Vertegenwoordiging gebeurt door de studentenraad LOKO, die de vertegenwoordigers verkiest en standpunten inneemt namens de Leuvense studenten. Op facultair niveau gebeurt de vertegenwoordiging door de verschillende faculteitskringen.
Examens
Zie artikel examens
Examenbetwisting
Je kan niet enkel beroep aantekenen tegen examenbeslissingen, maar ook tegen alle andere beslissingen die betrekking hebben op studievoortgang – bijvoorbeeld goedkeuring ISP, aanvraag van speciale toelatingen of uitzonderingen, ... .
(Bron: handleiding voor studentenvertegenwoordiging)
Studiecontract
Een inschrijving aan een universiteit staat gelijk aan het ondertekenen van een contract. Een onderdeel van dit contract is bv. het onderwijs‐ en examenreglement van de K.U.Leuven. Als student heb je o.a. recht op een gelijke behandeling, recht van verdediging, recht op een onpartijdige behandeling...
Afhankelijk van het type contract dat je aangaat heb je bovendien recht op ondersteuning – denk aan Toledo, monitoraat, bibliotheek, ... – recht om de lessen te volgen, recht op studentenvoorzieningen (huisvesting, Alma, kotnet, ...).
Er zijn drie types van contracten:
* Diplomacontract: een contract met als doel het behalen van een diploma. Dit contract geeft je recht op alle aanwezige ondersteuning, voorzieningen...
* Creditcontract: een contract met als doel het behalen van individuele credits. Dit geeft dezelfde rechten als een student met diplomacontract.
* Examencontract: een contract met als doel het behalen van geen recht op ondersteuning of voorzieningen. Je mag zelfs niet naar de les gaan. Je mag dus eigenlijk enkel het examen afleggen.
De informatie over een vak in het programmaboek is, in combinatie met je ISP, integraal onderdeel van het contract tussen jou en de universiteit. Op basis hiervan kan je als student eisen dat een vak op de vooropgestelde manier geëxamineerd wordt en kan je beroep aantekenen mocht de overeenkomst geschonden worden. Het invullen van je ISP is dus eigenlijk de laatste stap in het afsluiten van een contract met de universiteit.
Recht op inspraak
De decreetgever heeft naast het concept van een 'studiecontract' ook het recht op studenteninspraak vastgelegd. Zo bestaan er ondermeer de POC's die voor minimum 1/3 uit studenten bestaan, de faculteitsraad die voor minimum 10% uit studenten bestaat en zijn er ook studentenvertegenwoordigers in de meeste organen van de universiteit. Vertegenwoordiging gebeurt door de studentenraad LOKO, die de vertegenwoordigers verkiest en standpunten inneemt namens de Leuvense studenten. Op facultair niveau gebeurt de vertegenwoordiging door de verschillende faculteitskringen.
Examens
Zie artikel examens
Examenbetwisting
Je kan niet enkel beroep aantekenen tegen examenbeslissingen, maar ook tegen alle andere beslissingen die betrekking hebben op studievoortgang – bijvoorbeeld goedkeuring ISP, aanvraag van speciale toelatingen of uitzonderingen, ... .
(Bron: handleiding voor studentenvertegenwoordiging)
Wat is een rector?
Naar aanleiding van de rectorverkiezingen zitten veel studenten met de vraag wat een rector nu juist doet. Hier is een kort overzicht van wat de rector doet en wat er van hem verwacht wordt.
De rector is samen met de leden van het College van Bestuur verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de universiteit. Hij vertegenwoordigt de universiteit en de universitaire gemeenschap en is voorzitter van een aantal beleidsorganen.
Hij wordt op voordracht van de Bijzondere Universiteitsraad door de Inrichtende Overheid voor een ambtstermijn van vier jaar benoemd. Aan deze voordracht is een verkiezingsprocedure voorafgegaan.
Van een kandidaat-rector wordt verwacht dat zij/hij:
• een hoog academisch niveau en een brede algemeen-maatschappelijke en culturele interesse heeft;
• van een onbetwistbare integriteit getuigt en de doelstellingen van de universiteit belangeloos dient;
• de opdrachtsverklaring van de K.U.Leuven onderschrijft en een duidelijke visie heeft over de omzetting ervan in de praktijk;
• ruime aandacht heeft voor de kwaliteit van onderwijs, onderzoek en dienstverlening en zich inzet voor een onderzoeks- en onderwijsomgeving die motiverend en inspirerend werkt voor de hele universiteit;
• voldoende oog heeft voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid op het Vlaamse, het Europese en het ruimere internationale niveau en in staat is de belangen van de universiteit in contacten met het beleid krachtdadig te verdedigen;
• het nodige maatschappelijke draagvlak kan creëren waarop de universiteit binnen de brede maatschappij optimaal kan functioneren;
• ernaar streeft de universiteit, vanuit haar band met de Vlaamse samenleving en vanuit haar christelijke inspiratie, verder uit te bouwen tot een kritisch denkcentrum voor de samenleving in haar geheel;
• over leidinggevende capaciteiten beschikt en in staat is de universitaire gemeenschap te motiveren en de samenwerking tussen al haar leden te bevorderen;
• kan coördineren en uiteenlopende visies tot een synthese kan brengen;
• luisterbereid en besluitvaardig is en de gave heeft om, waar mogelijk, te delegeren en te responsabiliseren;
• oog heeft voor een efficiënte administratie en in het algemeen ernaar streeft de administratieve overlast te beperken;
• over goede communicatieve eigenschappen beschikt en taalvaardig is.
De rector is samen met de leden van het College van Bestuur verantwoordelijk voor de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de universiteit. Hij vertegenwoordigt de universiteit en de universitaire gemeenschap en is voorzitter van een aantal beleidsorganen.
Hij wordt op voordracht van de Bijzondere Universiteitsraad door de Inrichtende Overheid voor een ambtstermijn van vier jaar benoemd. Aan deze voordracht is een verkiezingsprocedure voorafgegaan.
Van een kandidaat-rector wordt verwacht dat zij/hij:
• een hoog academisch niveau en een brede algemeen-maatschappelijke en culturele interesse heeft;
• van een onbetwistbare integriteit getuigt en de doelstellingen van de universiteit belangeloos dient;
• de opdrachtsverklaring van de K.U.Leuven onderschrijft en een duidelijke visie heeft over de omzetting ervan in de praktijk;
• ruime aandacht heeft voor de kwaliteit van onderwijs, onderzoek en dienstverlening en zich inzet voor een onderzoeks- en onderwijsomgeving die motiverend en inspirerend werkt voor de hele universiteit;
• voldoende oog heeft voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid op het Vlaamse, het Europese en het ruimere internationale niveau en in staat is de belangen van de universiteit in contacten met het beleid krachtdadig te verdedigen;
• het nodige maatschappelijke draagvlak kan creëren waarop de universiteit binnen de brede maatschappij optimaal kan functioneren;
• ernaar streeft de universiteit, vanuit haar band met de Vlaamse samenleving en vanuit haar christelijke inspiratie, verder uit te bouwen tot een kritisch denkcentrum voor de samenleving in haar geheel;
• over leidinggevende capaciteiten beschikt en in staat is de universitaire gemeenschap te motiveren en de samenwerking tussen al haar leden te bevorderen;
• kan coördineren en uiteenlopende visies tot een synthese kan brengen;
• luisterbereid en besluitvaardig is en de gave heeft om, waar mogelijk, te delegeren en te responsabiliseren;
• oog heeft voor een efficiënte administratie en in het algemeen ernaar streeft de administratieve overlast te beperken;
• over goede communicatieve eigenschappen beschikt en taalvaardig is.
Leerkrediet
Het onderwijs systeem van onze universiteit staat op het punt om significante wijzigingen te ondergaan. Vanaf nu is het Vlaams hoger onderwijs immers onderworpen aan het fenomeen ‘leerkrediet’, zoals dat in het financieringsdecreet werd vastgelegd, zodanig dat studenten en instellingen meer verantwoordelijk worden gesteld voor goede studieresultaten.
Elke student krijgt een leer krediet van 140 studiepunten bij zijn /haar start in het hoger onderwijs. Bij je inschrijving gaat het aantal studiepunten waarvoor je je inschrijft van je leerkrediet af. De studiepunten waarvoor je slaagt, krijg je terug. De studiepunten waarvoor je echter niet slaagt, verlies je. Ook de studiepunten van gedelibereerde OPO’s ben je kwijt. De eesrte 60 studiepunten die je behaalt, krijg je dubbel terug. Zo krijg je een extra marge. Als overgangsmaatregel worden ook studenten die langer in het hoger onderwijs actief zijn, beschouwd als mensen die starten. Ook zij krijgen dus dit academiejaar een startkrediet van 140 studiepunten, waarbij de eerste 60 behaalde studiepunten dubbel worden terug gestort.
Het komt er dus op aan om goede keuzes te maken en slechte resultaten niet op te stapelen. Gezien de ruime marge vormt een misstap niet direct een groot probleem. Maar wanneer je foute keuzes en slechte resultaten aaneenrijgt, kan het gebeuren dat je krediet na verloop van tijd op is. Wanneer dit het geval is, kan je herinschrijving geweigerd worden. Alleen via gemotiveerd verzoek kan men je dan nog toelaten, maar voor het gedeelte van de opleiding waarvoor je geen krediet meer hebt, zul je dubbel inschrijvingsgeld moeten betalen.
Elke student krijgt een leer krediet van 140 studiepunten bij zijn /haar start in het hoger onderwijs. Bij je inschrijving gaat het aantal studiepunten waarvoor je je inschrijft van je leerkrediet af. De studiepunten waarvoor je slaagt, krijg je terug. De studiepunten waarvoor je echter niet slaagt, verlies je. Ook de studiepunten van gedelibereerde OPO’s ben je kwijt. De eesrte 60 studiepunten die je behaalt, krijg je dubbel terug. Zo krijg je een extra marge. Als overgangsmaatregel worden ook studenten die langer in het hoger onderwijs actief zijn, beschouwd als mensen die starten. Ook zij krijgen dus dit academiejaar een startkrediet van 140 studiepunten, waarbij de eerste 60 behaalde studiepunten dubbel worden terug gestort.
Het komt er dus op aan om goede keuzes te maken en slechte resultaten niet op te stapelen. Gezien de ruime marge vormt een misstap niet direct een groot probleem. Maar wanneer je foute keuzes en slechte resultaten aaneenrijgt, kan het gebeuren dat je krediet na verloop van tijd op is. Wanneer dit het geval is, kan je herinschrijving geweigerd worden. Alleen via gemotiveerd verzoek kan men je dan nog toelaten, maar voor het gedeelte van de opleiding waarvoor je geen krediet meer hebt, zul je dubbel inschrijvingsgeld moeten betalen.
Hoe een goede presentatie geven?
Hoe een goede presentatie geven?
Het tweede semester betekent voor de studenten van eerste en tweede Bach het semester van de presentaties voor Frans en Engels. Aangezien een goede presentatie mooi meegenomen is, volgen hier enkele tips en nuttige sites.
Tip 1: Weet wat van je verwacht wordt.
Dit lijkt evident, maar hier wordt nog vaak aan gezondigd. Het beste middel hiertoe is natuurlijk naar de les gaan. Maar lees ook je cursusnota’s na. Hierin staat meestal expliciet aangegeven wat er van je verwacht wordt.
Tip 2: Oefen je presentatie
Ook dit is evident. Als je een groepspresentatie hebt, kan je altijd gaan oefenen in de faculteitsbib. Daar zijn lokalen met projector ter beschikking. Meer info vind je hier http://bib.kuleuven.be/ebib/bibsem.htm
Tip 3:Taalgebruik
Let op de woorden en grammatica die je gebruikt. Ook dit is weer evident.
Een nuttige site hier is: http://www2.arts.kuleuven.be/info/taalhulp
Op deze site van de Faculteit Letteren zijn enkele Online woordenboeken beschikbaar.
Tip 4: Weet hoe je moet presenteren.
In je cursusnota’s staan ongetwijfeld enkele tips hoe je een goede presentatie maakt en hoe je goed presenteert. Ook op Toledo zijn meestal enkele documenten met tips te vinden.
Handig is ook de website van ILT: https://ilt.kuleuven.be/lerenpresenteren/
Het kan ook nuttig zijn om te weten op welke punten je juist geëvalueerd gaat worden. Als je deze weet, kan je je presentatie daar dan op voorhand aan toetsen.
Een voorbeeld van zo’n checklist:
1. The presenter kept good eye contact with the entire audience
2. The presenter appeared relaxed, yet vital and enthusiastic
3. The presenter’s gestures were meaningful (no disturbing mannerisms)
4. Overall, the presenter spoke at a good rate, neither too slow nor too fast
5. The presenter spoke clearly (good voice quality and articulation)
6. At times, the presenter spoke more slowly to reinforce ideas
7. The presenter involved the audience (greeting, thanking, asking questions)
8. The presenter used visual aids easily and confidently
9. The visual aids were professional (clear graphs, no full text)
10. The purpose was clearly announced
11. The macro structure of the presentation was clearly communicated
12. The ideas progressed smoothly and logically
13. The presenter used signaling phrases to refer to structure and contents
14. The language was clear and simple and the sentences were not too long
15. The topic was interesting and useful
16. The presenter had relevant knowledge and expertise
17. The presenter came prepared for the presentation
18. It was worthwhile attending the presentation
Veel succes!
Het onderwijscomité
Het tweede semester betekent voor de studenten van eerste en tweede Bach het semester van de presentaties voor Frans en Engels. Aangezien een goede presentatie mooi meegenomen is, volgen hier enkele tips en nuttige sites.
Tip 1: Weet wat van je verwacht wordt.
Dit lijkt evident, maar hier wordt nog vaak aan gezondigd. Het beste middel hiertoe is natuurlijk naar de les gaan. Maar lees ook je cursusnota’s na. Hierin staat meestal expliciet aangegeven wat er van je verwacht wordt.
Tip 2: Oefen je presentatie
Ook dit is evident. Als je een groepspresentatie hebt, kan je altijd gaan oefenen in de faculteitsbib. Daar zijn lokalen met projector ter beschikking. Meer info vind je hier http://bib.kuleuven.be/ebib/bibsem.htm
Tip 3:Taalgebruik
Let op de woorden en grammatica die je gebruikt. Ook dit is weer evident.
Een nuttige site hier is: http://www2.arts.kuleuven.be/info/taalhulp
Op deze site van de Faculteit Letteren zijn enkele Online woordenboeken beschikbaar.
Tip 4: Weet hoe je moet presenteren.
In je cursusnota’s staan ongetwijfeld enkele tips hoe je een goede presentatie maakt en hoe je goed presenteert. Ook op Toledo zijn meestal enkele documenten met tips te vinden.
Handig is ook de website van ILT: https://ilt.kuleuven.be/lerenpresenteren/
Het kan ook nuttig zijn om te weten op welke punten je juist geëvalueerd gaat worden. Als je deze weet, kan je je presentatie daar dan op voorhand aan toetsen.
Een voorbeeld van zo’n checklist:
1. The presenter kept good eye contact with the entire audience
2. The presenter appeared relaxed, yet vital and enthusiastic
3. The presenter’s gestures were meaningful (no disturbing mannerisms)
4. Overall, the presenter spoke at a good rate, neither too slow nor too fast
5. The presenter spoke clearly (good voice quality and articulation)
6. At times, the presenter spoke more slowly to reinforce ideas
7. The presenter involved the audience (greeting, thanking, asking questions)
8. The presenter used visual aids easily and confidently
9. The visual aids were professional (clear graphs, no full text)
10. The purpose was clearly announced
11. The macro structure of the presentation was clearly communicated
12. The ideas progressed smoothly and logically
13. The presenter used signaling phrases to refer to structure and contents
14. The language was clear and simple and the sentences were not too long
15. The topic was interesting and useful
16. The presenter had relevant knowledge and expertise
17. The presenter came prepared for the presentation
18. It was worthwhile attending the presentation
Veel succes!
Het onderwijscomité
Luc Sels langs alle kanten - een voorsmaakje
Hieronder een voorsmaakje uit het interview met de kersverse decaan van de FEB: prof. Luc Sels. Het volledige interview zal verschijnen in de volgende Mercuur.
Wat vindt u van de kwaliteit van het onderwijs aan de FEB en hoe wil u die in de toekomst nog zien verbeteren, waar liggen m.a.w. de knelpunten?
We moeten ons zeker niet schamen qua globale cijfers vergeleken met andere faculteiten. Voor mij persoonlijk bestaat onderwijskwaliteit uit twee aspecten. Aan de ene kant is er de kwaliteit van de onderwijsprogramma’s die ik zeker goed vind. Ik denk dat we zeker in Europa, als je kijkt naar economiefaculteiten, we ons zeker niet moeten schamen. De aanpak van de onderwijsprogramma’s en de zwaarte van de programma’s is zeker in orde.
Ik ben zeker tevreden over het onderwijs op zich maar heb soms toch het gevoel dat in de leefwereld van de doorsnee-prof de prikkels de laatste tien jaar iets te eenzijdig op onderzoek gegeven zijn. Als je kijkt naar promoties bijvoorbeeld, waar je merkt dat het onderzoeksrecord van een prof nog altijd de doorslag geeft. Daar zou ik, economisch gezien, de juiste incentives willen geven om dit gedrag bij te sturen.
Ik heb wel de indruk dat de doorsnee-docent zijn vak heel ernstig neemt maar marge voor verbetering is er zeker nog en ik denk dat die vooral te zoeken is op vlak van de afstemming tussen de verschillende vakken onderling. Ik denk dat we bij de onderwijsevaluatie de vakken nog te veel individueel bekijken en te weinig de programma’s bekijken. Het typische voorbeeld voor mij is vijf vakken statistiek aan de faculteit waarbij telkens een andere software gebruikt wordt. Dit is een gebrek aan consistentie.
Ik denk ook aan een versterking van de link met de praktijk. We zijn een onderzoeksgeoriënteerde faculteit maar er zijn volgens mij bepaalde plaatsen waar deze link met de praktijk gerust een stuk versterkt mag worden. We hebben dat nu geprobeerd met o.a. de bedrijfsstages maar ik zou dat ook op niveau van individuele vakken nog wat meer versterkt willen zien. Het onderwijs mag academisch blijven maar er zou toch meer aandacht moeten komen voor de toepassingskant.
Heeft u een favoriete film?
Ik vind dat een zeer moeilijke vraag. Voor mij bestaat dé goede film en hét goede boek niet. Ik kan films of boeken vermelden waarvan ik me herinner dat ze lang blijven hangen zijn. Als ik nu meer denk in termen van ‘wat is een film die u typeert in termen van soort humor’ denk ik automatisch aan de eerste Guy Ritchie films. Dat zijn films die wel op een relatief groot publiek gericht zijn maar die toch een duidelijke UK-stempel dragen met een typisch Europese soort van humor.
Ik was in mijn jonge tijd ook een gigantische Monty Python fan. Dat soort humor is geweldig achterhaald als je dat nu ziet, maar dat blijft me wel raken.
Welk aspect van uw studententijd mist u het meest?
Absoluut niets.
Hoe komt dat?
Omdat ik liever aan deze kant van de lijn sta dan aan die van de student. En ik heb het gevoel dat ik de dingen die ik koesterde in mijn studentenleven in termen van tijd heb moeten inboeten maar helemaal niet in termen van intensiteit. Hoe minder vrije tijd je namelijk hebt, hoe intensiever dat hij beleeft wordt. Ik merk dat ik van een fuif veel meer geniet dan vroeger van 10 fuiven. Ik vind daarenboven dat ik in een onwaarschijnlijk mooie job terechtgekomen ben die mij toelaat om de wereld te zien en een stempel te drukken op een beleid, wat voor mij persoonlijk een heel belangrijk aspect vind. Dus ik mis, buiten natuurlijk het gevoel van jong te zijn en lichamelijk sterker te zijn eigenlijk niets. Ik heb nochtans wel een geweldige studententijd gehad maar dat soort melancholiegevoelens is me nu eenmaal totaal vreemd.
Wat vindt u van de kwaliteit van het onderwijs aan de FEB en hoe wil u die in de toekomst nog zien verbeteren, waar liggen m.a.w. de knelpunten?
We moeten ons zeker niet schamen qua globale cijfers vergeleken met andere faculteiten. Voor mij persoonlijk bestaat onderwijskwaliteit uit twee aspecten. Aan de ene kant is er de kwaliteit van de onderwijsprogramma’s die ik zeker goed vind. Ik denk dat we zeker in Europa, als je kijkt naar economiefaculteiten, we ons zeker niet moeten schamen. De aanpak van de onderwijsprogramma’s en de zwaarte van de programma’s is zeker in orde.
Ik ben zeker tevreden over het onderwijs op zich maar heb soms toch het gevoel dat in de leefwereld van de doorsnee-prof de prikkels de laatste tien jaar iets te eenzijdig op onderzoek gegeven zijn. Als je kijkt naar promoties bijvoorbeeld, waar je merkt dat het onderzoeksrecord van een prof nog altijd de doorslag geeft. Daar zou ik, economisch gezien, de juiste incentives willen geven om dit gedrag bij te sturen.
Ik heb wel de indruk dat de doorsnee-docent zijn vak heel ernstig neemt maar marge voor verbetering is er zeker nog en ik denk dat die vooral te zoeken is op vlak van de afstemming tussen de verschillende vakken onderling. Ik denk dat we bij de onderwijsevaluatie de vakken nog te veel individueel bekijken en te weinig de programma’s bekijken. Het typische voorbeeld voor mij is vijf vakken statistiek aan de faculteit waarbij telkens een andere software gebruikt wordt. Dit is een gebrek aan consistentie.
Ik denk ook aan een versterking van de link met de praktijk. We zijn een onderzoeksgeoriënteerde faculteit maar er zijn volgens mij bepaalde plaatsen waar deze link met de praktijk gerust een stuk versterkt mag worden. We hebben dat nu geprobeerd met o.a. de bedrijfsstages maar ik zou dat ook op niveau van individuele vakken nog wat meer versterkt willen zien. Het onderwijs mag academisch blijven maar er zou toch meer aandacht moeten komen voor de toepassingskant.
Heeft u een favoriete film?
Ik vind dat een zeer moeilijke vraag. Voor mij bestaat dé goede film en hét goede boek niet. Ik kan films of boeken vermelden waarvan ik me herinner dat ze lang blijven hangen zijn. Als ik nu meer denk in termen van ‘wat is een film die u typeert in termen van soort humor’ denk ik automatisch aan de eerste Guy Ritchie films. Dat zijn films die wel op een relatief groot publiek gericht zijn maar die toch een duidelijke UK-stempel dragen met een typisch Europese soort van humor.
Ik was in mijn jonge tijd ook een gigantische Monty Python fan. Dat soort humor is geweldig achterhaald als je dat nu ziet, maar dat blijft me wel raken.
Welk aspect van uw studententijd mist u het meest?
Absoluut niets.
Hoe komt dat?
Omdat ik liever aan deze kant van de lijn sta dan aan die van de student. En ik heb het gevoel dat ik de dingen die ik koesterde in mijn studentenleven in termen van tijd heb moeten inboeten maar helemaal niet in termen van intensiteit. Hoe minder vrije tijd je namelijk hebt, hoe intensiever dat hij beleeft wordt. Ik merk dat ik van een fuif veel meer geniet dan vroeger van 10 fuiven. Ik vind daarenboven dat ik in een onwaarschijnlijk mooie job terechtgekomen ben die mij toelaat om de wereld te zien en een stempel te drukken op een beleid, wat voor mij persoonlijk een heel belangrijk aspect vind. Dus ik mis, buiten natuurlijk het gevoel van jong te zijn en lichamelijk sterker te zijn eigenlijk niets. Ik heb nochtans wel een geweldige studententijd gehad maar dat soort melancholiegevoelens is me nu eenmaal totaal vreemd.
De organen van de faculteit
De faculteit FEB heeft verschillende organen om een goede werking te ondersteunen. Maar wat zijn nu eigenlijk de belangrijkste voor ons studenten? Waar kunnen wij onze mening verkondigen en waar worden wij gehoord? In het volgende tekstje volgt een korte uiteenzetting van deze…
Eerste en vooral is er de faculteitsraad. De bedoeling van deze raad is om het bestuur te adviseren over begroting, onderzoek en onderwijs. Het is één van dé belangrijkste raden op faculteitsniveau. In deze raad zitten enerzijds vertegenwoordigers van het personeel maar de studenten hebben hier ook hun zeggenschap. Wij van Ekonomika zijn vertegenwoordigd door een delegatie bestaande uit de Praeses, de Vice-praeses Onderwijs en enkele onderwijs comitéleden.
Daarnaast is er ook het Faculteitsbestuur waarin de studenten één vertegenwoordiger hebben. Op dit moment is dat Peter Geerts, Vice-praeses onderwijs. Dit bestuur is meer belast met de dagelijkse gang van zaken en met de organisatie en coördinatie van het onderwijs en het onderzoek. Regelmatig brengt Ekonomika hier belangrijke topics op de agenda, een goed voorbeeld hiervan was de problematiek rond Spaans 2.
Als laatste ook nog een korte vermelding van de POC. POC staat voor permanente onderwijscommissie en hierin wordt uitvoerig gekeken naar het onderwijsprogramma, vormgeving van de opleiding en een voortdurende evaluatie van het opleidingsprogramma. Een POC bestaat voor minimum 1/3 uit studenten en zijn in deze dus ruim vertegenwoordigd. Op dit moment is Ekonomika Onderwijs bezig met het uitwerken van verschillende nota’s die worden voorgelegd op de volgende POC.
Met dit artikel hoopt Ekonomika Onderwijs je wat meer wegwijs te hebben gemaakt in de structuur van de Faculteit. Indien er nog vragen zijn rond eender welke problematiek, aarzel dan niet één van ons te contacteren…
Martijn Theuwissen
Comité Onderwijs
Eerste en vooral is er de faculteitsraad. De bedoeling van deze raad is om het bestuur te adviseren over begroting, onderzoek en onderwijs. Het is één van dé belangrijkste raden op faculteitsniveau. In deze raad zitten enerzijds vertegenwoordigers van het personeel maar de studenten hebben hier ook hun zeggenschap. Wij van Ekonomika zijn vertegenwoordigd door een delegatie bestaande uit de Praeses, de Vice-praeses Onderwijs en enkele onderwijs comitéleden.
Daarnaast is er ook het Faculteitsbestuur waarin de studenten één vertegenwoordiger hebben. Op dit moment is dat Peter Geerts, Vice-praeses onderwijs. Dit bestuur is meer belast met de dagelijkse gang van zaken en met de organisatie en coördinatie van het onderwijs en het onderzoek. Regelmatig brengt Ekonomika hier belangrijke topics op de agenda, een goed voorbeeld hiervan was de problematiek rond Spaans 2.
Als laatste ook nog een korte vermelding van de POC. POC staat voor permanente onderwijscommissie en hierin wordt uitvoerig gekeken naar het onderwijsprogramma, vormgeving van de opleiding en een voortdurende evaluatie van het opleidingsprogramma. Een POC bestaat voor minimum 1/3 uit studenten en zijn in deze dus ruim vertegenwoordigd. Op dit moment is Ekonomika Onderwijs bezig met het uitwerken van verschillende nota’s die worden voorgelegd op de volgende POC.
Met dit artikel hoopt Ekonomika Onderwijs je wat meer wegwijs te hebben gemaakt in de structuur van de Faculteit. Indien er nog vragen zijn rond eender welke problematiek, aarzel dan niet één van ons te contacteren…
Martijn Theuwissen
Comité Onderwijs
Paul Krugman, Bush-criticus en Nobelprijswinnaar Economie
Paul Krugman, een Amerikaanse econoom, heeft dit jaar de Nobelprijs voor Economie gekregen voor zijn werk over internationale handel. Zijn theorie verklaart vooral de handelsstromen tussen de rijke landen. Zijn columns, die ook te lezen zijn in de Tijd, en zijn niet-aflatende kritiek op de Bush-regering zorgden echter voor zijn grote bekendheid.
Op 13 oktober kreeg Paul Krugman de Nobelprijs voor Economie op 55-jarige leeftijd. Dat hij ooit de Nobelprijs zou winnen, was niet zo verrassend. Hij had namelijk in 1991 al de John Bates Clark medaille voor beste jonge economist gekregen, een medaille die algemeen gezien wordt als een opstap naar de Nobelprijs voor Economie. Van de 30 winnaars van deze medaille hebben er al twaalf de Nobelprijs gewonnen. Wel verrassend is de jonge leeftijd waarop Krugman de Nobelprijs heeft gekregen. De meeste winnaars krijgen hun prijs pas als ze op pensioen zijn, Krugman daarentegen is nog heel actief, vooral dan als columnist.
Zijn werk waarvoor hij de Nobelprijs heeft gekregen bestaat uit drie belangrijke delen, de Handelstheorie, de economische geografie en ten slotte een deel over wisselmarkten.
Handelstheorie
Krugman zijn theorie is een belangrijke aanvulling van de klassieke handelstheorie van Heckscher en Ohlin. In hun theorie stelden deze twee economen dat comparatieve voordelen de internationale handel bepalen. Landen gaan vooral produceren waar ze goed in zijn. Deze theorie verklaart dus waarom bijvoorbeeld België vooral bier zal exporteren en Frankrijk wijn.
Deze theorie heeft echter geen verklaring waarom Frankrijk Renault- auto’s exporteert naar Duitsland, maar tegelijk ook Volkswagens importeert. Voor dit probleem biedt Krugman een oplossing in zijn theorie. Hiervoor gebruikte hij het “Monopolistische competitie model” van Dixit en Stiglitz.
In deze theorie valt onder andere te lezen dat consumenten een voorkeur hebben voor een grote variëteit aan producten. De combinatie van deze theorie en schaalvoordelen gebruikt Krugman om te verklaren waarom Duitsland Renaults importeert en Volkswagens exporteert. Schaalvoordelen zorgen er voor dat zowel Renault en Volkswagen grote hoeveelheden auto’s aan een lage kost kunnen produceren. De verschillende voorkeuren van de consumenten zorgen ervoor dat er een voldoende grote vraag is naar beide merken. Hierdoor kunnen beide bedrijven blijven voortbestaan, en dus niet enkel diegene die aan de laagste kost, en dus prijs kan produceren.
De nieuwe economische geografie
Later breidde Krugman zijn theorie uit naar de economische aardrijkskunde. Als er geen transportkosten zouden zijn en enkel interne schaalvoordelen, dan zou het niet uitmaken waar je als bedrijf de vestigingen van je fabriek plaatst. Als je echter transportkosten in rekening brengt, is een bedrijf niet langer indifferent waar hij zijn vestigingen zal plaatsen. Het bedrijf zal het land kiezen waar een grote binnenlandse afzetmarkt is. Hierdoor zal, in combinatie met schaalvoordelen, een land dan ook vooral de producten exporteren waarvoor een grote binnenlandse afzetmarkt is.
Ook gebruikt hij de combinatie van schaalvoordelen en lage transportkosten om de economische locatie van mensen en bedrijven te bepalen. Zijn werk hierover wordt algemeen gezien als de basis voor de nieuwe economische geografie
Een derde deel van Krugman zijn werk gaat over valutacrisissen. Hij was de eerste economist die belangrijk onderzoek deed naar de oorzaken van dergelijke crisissen.
Krugman, de criticus
Paul Krugman heeft zijn grote bekendheid bij het grote publiek echter vooral te danken aan zijn columns in de New York Times. Het feit dat hij economische problematiek op een duidelijk verstaanbare manier naar voor kan brengen en zijn niet-aflatende kritiek op de Bush-regering maken hem een bijzonder populaire columnist. Zo zegt hij dat de deregulering in de VS en het lakse begrotingsbeleid van de Bush-regering de belangrijkste oorzaken zijn van de huidige kredietcrisis, die steeds meer de vorm aanneemt van niet alleen een financiële, maar ook een economische crisis. Krugmpan voorspelde zelfs in 2005 al dat de huizenzeepbel,ook aan de basis van de kredietcrisis, zou spatten.
Sommige critici zijn van mening dat Krugman de Nobelprijs niet zou verdienen. Zo luidt het dat hij niets fundamenteel nieuws ontdekt heeft. Hij bracht gewoon samen wat anderen voor hem al hadden aangegeven, maar niet in een werk hadden gegoten. Maar om het met de woorden van The Economist te zeggen: “Sometimes a good economist, like a good columnist, succeeds not by making a point before everyone else, but by making it better than anyone else”
Op 13 oktober kreeg Paul Krugman de Nobelprijs voor Economie op 55-jarige leeftijd. Dat hij ooit de Nobelprijs zou winnen, was niet zo verrassend. Hij had namelijk in 1991 al de John Bates Clark medaille voor beste jonge economist gekregen, een medaille die algemeen gezien wordt als een opstap naar de Nobelprijs voor Economie. Van de 30 winnaars van deze medaille hebben er al twaalf de Nobelprijs gewonnen. Wel verrassend is de jonge leeftijd waarop Krugman de Nobelprijs heeft gekregen. De meeste winnaars krijgen hun prijs pas als ze op pensioen zijn, Krugman daarentegen is nog heel actief, vooral dan als columnist.
Zijn werk waarvoor hij de Nobelprijs heeft gekregen bestaat uit drie belangrijke delen, de Handelstheorie, de economische geografie en ten slotte een deel over wisselmarkten.
Handelstheorie
Krugman zijn theorie is een belangrijke aanvulling van de klassieke handelstheorie van Heckscher en Ohlin. In hun theorie stelden deze twee economen dat comparatieve voordelen de internationale handel bepalen. Landen gaan vooral produceren waar ze goed in zijn. Deze theorie verklaart dus waarom bijvoorbeeld België vooral bier zal exporteren en Frankrijk wijn.
Deze theorie heeft echter geen verklaring waarom Frankrijk Renault- auto’s exporteert naar Duitsland, maar tegelijk ook Volkswagens importeert. Voor dit probleem biedt Krugman een oplossing in zijn theorie. Hiervoor gebruikte hij het “Monopolistische competitie model” van Dixit en Stiglitz.
In deze theorie valt onder andere te lezen dat consumenten een voorkeur hebben voor een grote variëteit aan producten. De combinatie van deze theorie en schaalvoordelen gebruikt Krugman om te verklaren waarom Duitsland Renaults importeert en Volkswagens exporteert. Schaalvoordelen zorgen er voor dat zowel Renault en Volkswagen grote hoeveelheden auto’s aan een lage kost kunnen produceren. De verschillende voorkeuren van de consumenten zorgen ervoor dat er een voldoende grote vraag is naar beide merken. Hierdoor kunnen beide bedrijven blijven voortbestaan, en dus niet enkel diegene die aan de laagste kost, en dus prijs kan produceren.
De nieuwe economische geografie
Later breidde Krugman zijn theorie uit naar de economische aardrijkskunde. Als er geen transportkosten zouden zijn en enkel interne schaalvoordelen, dan zou het niet uitmaken waar je als bedrijf de vestigingen van je fabriek plaatst. Als je echter transportkosten in rekening brengt, is een bedrijf niet langer indifferent waar hij zijn vestigingen zal plaatsen. Het bedrijf zal het land kiezen waar een grote binnenlandse afzetmarkt is. Hierdoor zal, in combinatie met schaalvoordelen, een land dan ook vooral de producten exporteren waarvoor een grote binnenlandse afzetmarkt is.
Ook gebruikt hij de combinatie van schaalvoordelen en lage transportkosten om de economische locatie van mensen en bedrijven te bepalen. Zijn werk hierover wordt algemeen gezien als de basis voor de nieuwe economische geografie
Een derde deel van Krugman zijn werk gaat over valutacrisissen. Hij was de eerste economist die belangrijk onderzoek deed naar de oorzaken van dergelijke crisissen.
Krugman, de criticus
Paul Krugman heeft zijn grote bekendheid bij het grote publiek echter vooral te danken aan zijn columns in de New York Times. Het feit dat hij economische problematiek op een duidelijk verstaanbare manier naar voor kan brengen en zijn niet-aflatende kritiek op de Bush-regering maken hem een bijzonder populaire columnist. Zo zegt hij dat de deregulering in de VS en het lakse begrotingsbeleid van de Bush-regering de belangrijkste oorzaken zijn van de huidige kredietcrisis, die steeds meer de vorm aanneemt van niet alleen een financiële, maar ook een economische crisis. Krugmpan voorspelde zelfs in 2005 al dat de huizenzeepbel,ook aan de basis van de kredietcrisis, zou spatten.
Sommige critici zijn van mening dat Krugman de Nobelprijs niet zou verdienen. Zo luidt het dat hij niets fundamenteel nieuws ontdekt heeft. Hij bracht gewoon samen wat anderen voor hem al hadden aangegeven, maar niet in een werk hadden gegoten. Maar om het met de woorden van The Economist te zeggen: “Sometimes a good economist, like a good columnist, succeeds not by making a point before everyone else, but by making it better than anyone else”
Verslag B2U Lecture: "Credit crisis, managing through the financial turmoil"
Op vrijdag 21 november organiseerde Ekonomika in samenwerking met de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen de allereerste editie van een gloednieuw concept: de B2U Lectures.
Deze Business To University Lectures zijn lezingen die specifiek georganiseerd worden om studenten op de hoogte te brengen en te houden van de nieuwste gebeurtenissen en trends in de bedrijfswereld. Hiervoor wordt voor elke editie een spreker van internationaal kaliber uitgenodigd worden om zijn visie te delen met de aanwezigen.
De allereerste editie loste alvast de verwachtingen in. Het onderwerp was hét hete hangijzer van de laatste maanden: de financiële crisis. Geen wonder dus dat de PDS tot aan de nok gevuld was. Op het programma stond dan ook niemand minder dan Michel Tilmant, de CEO en voorzitter van de raad van bestuur van ING Group die tijdens de lezing zijn visie op de kredietcrisis en weerslag daarvan op ING heeft uiteengezet. Deze hield in dat men tijdens de boom van de afgelopen jaren in de financiële markten te veel vertrouwd heeft op de economische theorie, met een dereguleringsspiraal tot gevolg. Als de bubble dan uiteindelijk barstte, was de weerslag op de markt des te groter. Voor de toekomst zag Tilmant ook een terugkeer naar narrow banking, naar de kernactiviteiten van de banken i.e. deposito’s gebruiken om kredieten te verschaffen.
Hiermee sloot Tilmant nauw aan bij prof. Paul de Grauwe, die de inleiding van de avond had verzorgd. Tilmant merkte daarbij wel nog op dat narrow banking geen hoge rendementen zal opleveren aan klanten en dat het in het verleden net de klanten geweest waren die deze hogere rendementen vroegen aan hun bankiers. Hogere rendementen zijn echter nog steeds niet mogelijk zonder hoger risico. Bijgevolg was dit enkel mogelijk door de financiële producten aan te bieden die de afgelopen maanden zo verguisd zijn door de hele wereld.
Dé verrassing van de allereerste B2U Lecture kwam echter niet van Michel Tilmant, maar van de aanwezigheid van premier Yves Leterme, die slechts enkele dagen op voorhand was bevestigd.
Tijdens zijn speech verklaarde Leterme het handelen van de overheid toen de crisis zijn toppunt bereikte in België. Daarnaast legde hij ook uit hoe een dergelijke wereldwijde crisis te vermijden in de toekomst. Leterme pleitte daarin voor een nationaal geharmoniseerd toezicht op het financiële systeem, de oprichting van een commissie voor financiële faciliteiten op Europees vlak en een kwaliteitslabel voor financiële producten, dat gebaseerd is op enkele criteria waaraan elk product moet voldoen.
Na Leterme volgde nog een debat met Mark Eyskens, prof. dr. Joep Konings, prof. dr. Piet Sercu, Jan Op De Beeck, Managing director van ING Belgium en moderator Paul D’Hoore.
Als afsluiter van de namiddag bood ING de eregasten en de studenten vanaf 3e Bachelor nog een receptie aan. De studenten kregen terwijl ook de kans om meer te weten te komen over ‘een carrière bij ING’.
Aangezien de reacties achteraf van alle kanten uitermate positief waren, komt er volgend semester zeker een vervolg op deze eerste editie. Hou zeker onze website ‘www.b2ulectures.be’ in het oog.
Listen, learn and share the corporate experience!
Deze Business To University Lectures zijn lezingen die specifiek georganiseerd worden om studenten op de hoogte te brengen en te houden van de nieuwste gebeurtenissen en trends in de bedrijfswereld. Hiervoor wordt voor elke editie een spreker van internationaal kaliber uitgenodigd worden om zijn visie te delen met de aanwezigen.
De allereerste editie loste alvast de verwachtingen in. Het onderwerp was hét hete hangijzer van de laatste maanden: de financiële crisis. Geen wonder dus dat de PDS tot aan de nok gevuld was. Op het programma stond dan ook niemand minder dan Michel Tilmant, de CEO en voorzitter van de raad van bestuur van ING Group die tijdens de lezing zijn visie op de kredietcrisis en weerslag daarvan op ING heeft uiteengezet. Deze hield in dat men tijdens de boom van de afgelopen jaren in de financiële markten te veel vertrouwd heeft op de economische theorie, met een dereguleringsspiraal tot gevolg. Als de bubble dan uiteindelijk barstte, was de weerslag op de markt des te groter. Voor de toekomst zag Tilmant ook een terugkeer naar narrow banking, naar de kernactiviteiten van de banken i.e. deposito’s gebruiken om kredieten te verschaffen.
Hiermee sloot Tilmant nauw aan bij prof. Paul de Grauwe, die de inleiding van de avond had verzorgd. Tilmant merkte daarbij wel nog op dat narrow banking geen hoge rendementen zal opleveren aan klanten en dat het in het verleden net de klanten geweest waren die deze hogere rendementen vroegen aan hun bankiers. Hogere rendementen zijn echter nog steeds niet mogelijk zonder hoger risico. Bijgevolg was dit enkel mogelijk door de financiële producten aan te bieden die de afgelopen maanden zo verguisd zijn door de hele wereld.
Dé verrassing van de allereerste B2U Lecture kwam echter niet van Michel Tilmant, maar van de aanwezigheid van premier Yves Leterme, die slechts enkele dagen op voorhand was bevestigd.
Tijdens zijn speech verklaarde Leterme het handelen van de overheid toen de crisis zijn toppunt bereikte in België. Daarnaast legde hij ook uit hoe een dergelijke wereldwijde crisis te vermijden in de toekomst. Leterme pleitte daarin voor een nationaal geharmoniseerd toezicht op het financiële systeem, de oprichting van een commissie voor financiële faciliteiten op Europees vlak en een kwaliteitslabel voor financiële producten, dat gebaseerd is op enkele criteria waaraan elk product moet voldoen.
Na Leterme volgde nog een debat met Mark Eyskens, prof. dr. Joep Konings, prof. dr. Piet Sercu, Jan Op De Beeck, Managing director van ING Belgium en moderator Paul D’Hoore.
Als afsluiter van de namiddag bood ING de eregasten en de studenten vanaf 3e Bachelor nog een receptie aan. De studenten kregen terwijl ook de kans om meer te weten te komen over ‘een carrière bij ING’.
Aangezien de reacties achteraf van alle kanten uitermate positief waren, komt er volgend semester zeker een vervolg op deze eerste editie. Hou zeker onze website ‘www.b2ulectures.be’ in het oog.
Listen, learn and share the corporate experience!
